Open navigation
Zoeken
Vestigingen – Nederland
Ontdek alle kantoren
Wereldwijd bereik

CMS biedt niet alleen deskundig juridisch advies voor lokale jurisdicties, maar werkt ook met u samen om de uitdagingen van wereldwijde zakelijke en juridische omgevingen het hoofd te bieden.

Ontdek ons bereik
Insights – Nederland
Ontdek alle Insights
Zoeken
Expertise
Insights

Onze experts geven uw bedrijf toekomstgericht advies in diverse specialismen en sectoren wereldwijd.

Zoek naar onderwerpen
Vestigingen
Wereldwijd bereik

CMS biedt niet alleen deskundig juridisch advies voor lokale jurisdicties, maar werkt ook met u samen om de uitdagingen van wereldwijde zakelijke en juridische omgevingen het hoofd te bieden.

Ontdek ons bereik
CMS Netherlands
CMS Netherlands Abroad
Insights
Insights per type
Over CMS

Selecteer uw regio

Publicaties 24 feb. 2026 · Nederland

HvJ EU: Beroep op draagkracht van 100%-dochter en indienen van het UEA

6 min lezen

Op deze pagina

Ondernemingen kunnen niet altijd zelfstandig voldoen aan de eisen die aanbestedende diensten stellen voor de uitvoering van overheidsopdrachten. Om toch in aanmerking te komen voor gunning van de opdracht, moet de onderneming in dat geval een beroep doen op de draagkracht van een derde.

In dit artikel bespreken wij het arrest van het Europees Hof van Justitie ("Hof") en de gevolgen voor de aanbestedingsrechtelijke praktijk. 

In zijn arrest van 22 januari 2026 heeft het Hof verduidelijkt dat een beroep op een dochteronderneming ook geldt als een beroep op een derde. Van deze dochteronderneming moet ook een Uniform Europees Aanbestedingsdocument ("UEA") worden ingediend bij inschrijving als dit wordt vereist in de aanbestedingsstukken. Een inschrijver die verzuimt het UEA van zijn dochteronderneming in te dienen, hoeft niet direct te worden uitgesloten. Dit verzuim mag worden hersteld, mits het nationale recht dit toelaat en de beginselen van gelijke behandeling en transparantie worden gerespecteerd.

Achtergrond van de zaak

De zaak betreft een Portugese aanbestedingsprocedure voor diensten inzake het vervoer en storten van afval. De aanbestedende dienst heeft de opdracht voorlopig gegund aan PreZero. PreZero wilde bij de uitvoering van de opdracht (mede) gebruikmaken van een vennootschap waarvan zij 100% van het aandelenkapitaal hield.

De verliezende inschrijver stelt dat de aanbestedende dienst de inschrijving van PreZero had moeten uitsluiten. PreZero heeft namelijk geen beroep gedaan op de draagkracht van haar dochteronderneming en zij heeft geen UEA van de dochteronderneming overgelegd.

Volgens de aanbestedende dienst heeft PreZero geldig ingeschreven. De aanbestedende dienst beargumenteert dat een inschrijver geen beroep op de draagkracht van een dochteronderneming hoeft te doen, omdat met de inzet van een dochteronderneming enkel middelen worden ingezet die direct en volledig aan PreZero als moedermaatschappij toebehoren. Een inschrijver doet in dat geval dus geen beroep op de draagkracht van een derde.

De verliezende inschrijver was het oneens met het besluit van de aanbestedende dienst en is in rechte opgekomen tegen de gunningsbeslissing. In deze procedure heeft de Portugese rechter het Hof gevraagd of het gebruik van de uitrusting en diensten van een 100%-dochteronderneming bij de uitvoering van een opdracht kwalificeert als een beroep op de draagkracht van een derde. Indien dat zo is, heeft de Portugese rechter gevraagd of het niet‑indienen van het UEA van die dochteronderneming automatisch leidt tot uitsluiting van de aanbestedingsprocedure.

Kern van de uitspraak

Het Hof heeft oordeelt dat een inschrijver die gebruik wil maken van de draagkracht van een dochteronderneming zich beroept op de draagkracht van een derde. Voor de toepassing van de aanbestedingsregels is namelijk de rechtspersoonlijkheid doorslaggevend: een dochter met eigen rechtspersoonlijkheid is een van de moeder te onderscheiden entiteit, ook indien de moeder 100% van het aandelenkapitaal houdt.

Het Hof verwerpt uitdrukkelijk een analoge toepassing van het mededingingsrechtelijke begrip "economische eenheid". Dat begrip is ontwikkeld in het kader van handhaving van de mededingingsregels, met name om te voorkomen dat ondernemingsgroepen via dochtervennootschappen aan sancties ontsnappen. In het aanbestedingsrecht staat juist voorop dat de aanbestedende dienst een zo volledig mogelijk beeld heeft van de integriteit, betrouwbaarheid en geschiktheid van elke betrokken entiteit. Wanneer de moedermaatschappij aangeeft dat een dochter een substantieel deel van de opdracht zal uitvoeren, moet de aanbestedende dienst de geschiktheid en eventuele uitsluitingsgronden van die dochter daarom afzonderlijk kunnen toetsen.

Over de vraag of het niet-indienen van het UEA mag worden hersteld, oordeelt het Hof als volgt. Het UEA is een eigen verklaring waarmee een inschrijver aantoont dat hij voldoet aan de selectiecriteria en dat op hem geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn. Als een inschrijver een beroep doet op de draagkracht van een derde, moet in principe ook voor die derde een UEA worden ingediend. Het Hof benadrukt echter dat vrije bewijslevering geldt: een inschrijver mag met alle geschikte middelen aantonen dat hij over de benodigde capaciteiten beschikt. Dit kan bijvoorbeeld met vergunningen of certificaten van overheidsinstanties. De inschrijver is dus niet verplicht om voor elke onderneming waarop een beroep wordt gedaan een apart UEA in te dienen, zolang het alternatieve bewijs maar voldoende is.

In deze zaak heeft PreZero bij haar inschrijving diverse vergunningen van haar dochteronderneming bijgevoegd, waaronder de exploitatie- en milieuvergunning voor de stortplaats. Als deze documenten voldoende bewijzen dat de dochteronderneming aan de selectiecriteria voldoet en daarop geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn, hoeft het ontbreken van een apart UEA voor die dochter niet automatisch te leiden tot uitsluiting van de inschrijving. De rechter moet dit per geval beoordelen.

Als de ingediende documenten onvoldoende zijn, biedt de wet ruimte om het ontbreken van een UEA te herstellen. De Europese aanbestedingsrichtlijn verplicht namelijk niet tot uitsluiting bij elk formeel gebrek. Aanbestedende diensten mogen inschrijvers de kans geven om ontbrekende of onvolledige informatie binnen een redelijke termijn aan te vullen. Het Portugese recht staat dit ook expliciet toe voor formele onregelmatigheden, waaronder het ontbreken van het UEA.

Het Hof concludeert dan ook dat het ontbreken van een UEA - ook voor een dochteronderneming - in beginsel kan worden hersteld. Dit geldt alleen als de inschrijver al in zijn inschrijving had aangegeven dat hij op die entiteit een beroep wilde doen, en als de aan te vullen informatie gaat over feiten die al bestonden vóór de inschrijving. De normale eisen van gelijke behandeling en transparantie blijven uiteraard gelden.

Gevolgen voor de praktijk

Als een bedrijf voor de uitvoering van een opdracht gebruikmaakt van een dochteronderneming, dan geldt deze dochter als een derde entiteit. De aanbestedende dienst moet de dochter apart beoordelen op geschiktheid en eventuele uitsluitingsgronden. De geschiktheid van de dochteronderneming kan worden aangetoond met het UEA of andere documenten, zoals vergunningen en certificaten.

Een ontbrekend UEA is geen directe uitsluitingsgrond. De aanbestedende dienst kan de inschrijver verzoeken het document alsnog in te dienen, mits uit de oorspronkelijke inschrijving bleek dat de dochter zou worden ingezet, er geen inhoudelijke wijziging van de inschrijving plaatsvindt en de gelijke behandeling van gegadigden gewaarborgd blijft.

Voor aanbestedende diensten betekent dit dat duidelijk in de aanbestedingsstukken moet worden aangegeven welke mogelijkheden er zijn om ontbrekende documenten aan te vullen. Inschrijvers die willen steunen op dochterondernemingen doen er goed aan vooraf na te denken over de benodigde bewijsstukken en rekening te houden met mogelijke verzoeken om aanvullende documentatie.

Contact

Heeft u vragen over deze signalering of over andere aanbestedingsrechtelijke kwesties? Neem dan contact met ons op. Wij gaan graag met u in gesprek.

Terug naar boven Terug naar boven
Let op, frauduleuze e-mails uit naam van CMS