Op 15 november 2023 is de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie in werking getreden. Deze wet heeft een aantal wijzigingen aangebracht in de regels voor het ontbinden en beëindigen van rechtspersonen zonder baten, zogenaamde 'turboliquidaties'. Zo'n turboliquidatie is ook mogelijk als de rechtspersoon nog wel verplichtingen heeft. Er was kritiek op het voormalige systeem omdat dat systeem te weinig waarborgen tegen misbruik bood. Malafide bestuurders konden te gemakkelijk toewerken naar een situatie waarin de baten ontbraken op het moment van ontbinding zonder dat zij verantwoording hoefden af te leggen en schuldeisers (gedeeltelijk) onbetaald achterbleven. Schuldeisers hadden vervolgens vrijwel geen informatie tot hun beschikking om te beoordelen of de liquidatie wel op de juiste wijze had plaatsgevonden.
De tijdelijke wet laat de mogelijkheid om een rechtspersoon via turboliquidatie te beëindigen nadrukkelijk intact, maar beoogt tegelijkertijd de positie van schuldeisers bij turboliquidaties te verbeteren door de transparantie te vergroten en misbruik tegen te gaan door de invoering van een verantwoordingsplicht en een uitbreiding van het civielrechtelijk bestuursverbod.
De wet was bij haar invoering van tijdelijke aard en zou oorspronkelijk vervallen op 15 november 2025. Maar omdat de doelstellingen van de tijdelijke wet zijn behaald, is de tijdelijke wet verlengd met de maximale termijn van twee jaar, tot 15 november 2027. In deze periode zullen er voorbereidingen plaatsvinden voor een permanente wet.
Verantwoordingsplicht (2:19b BW)
Financiële verantwoording; deponeringsplicht
Om misbruik van de turboliquidatie zoveel mogelijk te voorkomen, heeft de wetgever een financiële verantwoordingsplicht voor het bestuur geïntroduceerd. Het bestuur zal bij de registers waar de te liquideren rechtspersoon is ingeschreven moeten deponeren:
- een balans en een staat van baten en lasten met betrekking tot:
- het boekjaar waarin de rechtspersoon is ontbonden; en
- het voorafgaande boekjaar als er op het moment van de ontbinding nog geen jaarrekening over dat boekjaar openbaar is gemaakt;
- een beschrijving van:
- de oorzaak van het ontbreken van baten;
- de wijze waarop de baten te gelde zijn gemaakt en de wijze waarop de opbrengsten zijn verdeeld;
- de redenen waarom een of meerdere schuldeisers (gedeeltelijk) onbetaald zijn gebleven;
- de jaarrekeningen ten aanzien van de voorafgaande boekjaren waarvoor al een publicatieplicht bestond (2:394 lid 3 BW).
De verplichting om deze stukken te deponeren heeft als doel schuldeisers beter in staat te stellen na te gaan of de baten van de ontbonden rechtspersoon op rechtmatige wijze te gelde zijn gemaakt en geldt ook als alle schuldeisers zijn voldaan. Als er geen baten (meer) waren, kan de schuldeiser op basis van deze stukken nagaan waarom dat het geval was. De schuldeiser kan de redenen van het bestuur om bepaalde schuldeisers wel en andere schuldeisers niet te voldoen zelf toetsen.
Het bestuur van de ontbonden rechtspersoon zal deze informatie binnen veertien dagen na de ontbinding moeten deponeren.
Communicatie richting schuldeisers
Het bestuur dient de schuldeisers van de ontbonden rechtspersoon zo snel mogelijk ("onverwijld") schriftelijk mededeling te doen van de deponering van de hiervoor bedoelde stukken, zodat zij daarvan tijdig kennis kunnen nemen. Met deze regel wil de wetgever voorkomen dat schuldeisers er bij toeval en dus mogelijk te laat achter komen dat hun schuldenaar niet meer bestaat. De term "schriftelijk" omvat ook mededelingen langs elektronische weg (bijvoorbeeld via e-mail).
Civielrechtelijk bestuursverbod (2:19c BW)
In het geval van een turboliquidatie van een rechtspersoon waarbij schulden (gedeeltelijk) onbetaald zijn gebleven, kan het Openbaar Ministerie de rechtbank verzoeken een bestuursverbod op te leggen aan een bestuurder als deze:
- niet aan de deponeringsverplichting van 2:19b BW heeft voldaan; of
- in aanloop naar de ontbinding doelbewust een of meer schuldeisers aanmerkelijk heeft benadeeld; of
- ten minste tweemaal eerder betrokken was bij een faillissement of een ontbinding zonder baten met achterlating van schulden van een rechtspersoon en hem daarvan een persoonlijk verwijt treft.
Het civielrechtelijk bestuursverbod beoogt te voorkomen dat bestuurders onwenselijke activiteiten voortzetten of herhalen in een nieuw op te richten rechtspersoon en op deze manier opnieuw schuldeisers benadelen. Het bestuursverbod bij turboliquidaties sluit nauw aan bij de regeling voor het bestuursverbod in geval van een faillissement (artikel 106a tot en met 106d Faillissementswet), onder meer van toepassing op bestuurders die zich – kort gezegd – schuldig hebben gemaakt aan (faillissements)fraude of kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaar voorafgaand aan een faillissement. De gevolgen van een dergelijk civielrechtelijk bestuursverbod kunnen dus ook toepassing vinden bij een turboliquidatie waarbij niet alle regels goed zijn opgevolgd. Het verbod kan op verzoek van het Openbaar Ministerie worden opgelegd voor maximaal vijf jaren en vormt een beletsel voor de uitoefening van een functie als bestuurder of commissaris bij rechtspersonen. Een benoeming in strijd met het verbod is nietig.
Feitelijk beleidsbepalers
Ook ten aanzien van personen die feitelijk het beleid van de ontbonden rechtspersoon (mede) hebben bepaald, kan om het opleggen van een civielrechtelijk bestuursverbod worden verzocht als het bestuur van de ontbonden rechtspersoon niet aan de hiervoor bedoelde verplichtingen heeft voldaan.
Economisch delict; inzagerecht schuldeisers
Niet-naleving van de financiële verantwoordingsplicht wordt ook strafrechtelijk gesanctioneerd als een economisch delict, waarvoor een maximumstraf van zes maanden hechtenis, taakstraf of geldboete van de vierde categorie (dat wil zeggen maximaal € 25.750, -) geldt.
Als het bestuur van de rechtspersoon de financiële verantwoordingsplicht niet is nagekomen, verkrijgen de schuldeisers een recht op inzage in de bewaarde administratie van de ontbonden rechtspersoon. Zij kunnen dit recht alleen met machtiging van de kantonrechter uitoefenen.
Verlenging tot 2027 en voornemen tot permanente regeling
Op 12 augustus 2025 heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een WODC-rapport aan de Tweede Kamer aangeboden over de werking van de wet in de praktijk. Uit dit rapport blijkt dat de verantwoordingsplicht bijdraagt aan meer transparantie en een betere rechtspositie van schuldeisers. Wel is er ruimte voor verbetering in de handhaving om misbruik verder tegen te gaan.
Op basis van deze bevindingen is de tijdelijke wet verlengd met de maximale termijn van twee jaar, tot 15 november 2027, en heeft de Staatssecretaris aangekondigd dat hij voornemens is om de voorzieningen uit de tijdelijke wet, met aanpassing van enkele technische details, permanent in te voeren. Een nieuw wetgevingstraject wordt voorbereid, waarbij ook aanbevelingen uit het rapport worden meegenomen.
Contact
Met de invoering en verlenging van de regeling heeft de wetgever antwoord gegeven op de kritische geluiden die in de praktijk klonken ten aanzien van de voormalige wetgeving voor turboliquidaties. Met deze verlenging blijft de tijdelijke regeling van kracht tijdens de voorbereiding van een permanente wet.
Indien u een bedrijfsbeëindiging buiten faillissement overweegt, voelt u zich vrij om contact op te nemen met één van onze experts. U vindt hun contactgegevens bovenaan deze pagina.