Wetsvoorstel Personeelsbehoud bij Crisis (Wpc)
Een structurele oplossing voor onvoorziene tijden
Op 26 september 2025 heeft het kabinet het Wetsvoorstel Personeelsbehoud bij Crisis (Wpc) ter advies voorgelegd aan de Raad van State. Dit voorstel moet werkgevers in staat stellen om personeel te behouden tijdens onverwachte crisissituaties, zoals pandemieën, oorlogen of natuurrampen, en zo voorkomen dat werknemers in moeilijke tijden hun baan verliezen.
In dit artikel leest u de kern van het wetsvoorstel, de belangrijkste voorwaarden en instrumenten.
Waarom Wpc?
Van NOW/Wtv naar een structurele regeling
De Wpc is bedoeld voor werkgevers die door een crisis tijdelijk aanzienlijk minder werk hebben. Het Wpc is ontworpen als een structurele opvolger van de tijdelijke coronaregeling (NOW) en de bestaande regeling Werktijdverkorting (Wtv). De Wtv bood bedrijven de mogelijkheid om tijdelijk minder werk aan te bieden bij acute terugval, maar bleek tijdens de coronacrisis onvoldoende schaalbaar. De NOW-regeling kwam tot stand onder grote tijdsdruk en bood een tijdelijk vangnet voor werkgevers en werknemers. Op basis van de lessen uit de coronacrisis is, in samenwerking met sociale partners, een robuust en structureel uitvoerbaar wetsvoorstel ontwikkeld dat snel inzetbaar zou moeten zijn bij toekomstige crises.
Voorwaarden en mogelijkheden
De regeling treedt in werking zodra sprake is van een crisis zoals omschreven in de wet. In een aantal gevallen – zoals schade door brand, extreme weersomstandigheden of bepaalde overheidsmaatregelen – geldt van rechtswege dat er sprake is van een crisis. In andere gevallen, zoals bij pandemieën, oorlogen, natuurrampen of uitval van vitale infrastructuur, moet de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de situatie centraal als crisis aanwijzen via een ministeriële regeling. Deze regeling geldt voor situaties waarin een werkgever over een periode van twee maanden gemiddeld minstens 20% verlies aan werkcapaciteit heeft. Het gaat nadrukkelijk om omstandigheden die niet tot het normale ondernemersrisico behoren. De Wpc kan maximaal zes maanden worden toegepast en biedt twee kerninstrumenten om ontslagen te voorkomen en werkgelegenheid te behouden.
1. Tijdelijke herplaatsing binnen de organisatie
Werkgevers krijgen de mogelijkheid om werknemers tijdelijk andere passende werkzaamheden te laten verrichten. Deze wijziging mag eenzijdig worden doorgevoerd, mits het loon volledig wordt doorbetaald. Reistijd naar een andere locatie telt als werktijd en eventuele extra reiskosten moeten worden vergoed.
2. Gedeeltelijke loondoorbetaling met loonsubsidie
Het tweede instrument is gedeeltelijke loondoorbetaling met loonsubsidie. Als er minder werk beschikbaar is, mag de werkgever over de niet-gewerkte uren 90% van het loon uitbetalen, mits dit niet onder het wettelijk minimumloon uitkomt. Voor de resterende loonkosten kan een subsidie bij het UWV worden aangevraagd, die 65% van deze kosten dekt. De overige 25% komt voor rekening van de werkgever. Werkgever, werknemer en overheid dragen op die manier gezamenlijk de lasten en risico’s van een crisis. De subsidie bevat een opslag voor werkgeverslasten en wordt gefinancierd uit het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf), waarvoor een beperkte premiestijging is voorzien. Belangrijk is dat loonsubsidie alleen kan worden aangevraagd als eerst verminderde loondoorbetaling is toegepast.
Herplaatsing en gedeeltelijke loondoorbetaling kunnen gecombineerd worden, mits zij niet op dezelfde uren van toepassing zijn.
Snelle afhandeling en rechtsgang bij grote crises
Bij invoering van deze wet kan de overheid vooraf centrale criteria vaststellen voor het geval zich een grote crisis voordoet. Denk bijvoorbeeld aan het aanwijzen van specifieke postcodegebieden na een overstroming. Hierdoor hoeft het UWV niet meer per individueel bedrijf te beoordelen of er sprake is van een crisis, maar kan het aanvragen sneller en uniform afhandelen. Ook de rechtsgang is vereenvoudigd: werkgevers kunnen direct beroep instellen bij de bestuursrechter tegen een besluit van het UWV, zonder eerst een bezwaarfase te doorlopen. Dit zorgt in crisistijd voor meer snelheid en duidelijkheid.
Waarborgen voor werknemers
Het wetsvoorstel bevat expliciete waarborgen om de positie van werknemers te beschermen. Allereerst geldt dat medezeggenschap verplicht moet worden betrokken voordat een werkgever een aanvraag indient. Daarnaast hebben werknemers individuele rechtsbescherming: zij kunnen bezwaar maken tegen zowel een tijdelijke herplaatsing als een loonaanpassing door zich tot de kantonrechter te wenden. Een derde belangrijke waarborg is de ontslagbescherming. Gedurende de crisisperiode én vier maanden daarna mogen betrokken werknemers niet worden ontslagen op grond van bedrijfseconomische redenen.
Vervolg
Na het advies van de Raad van State wordt het wetsvoorstel behandeld in de Tweede Kamer. De exacte ingangsdatum is nog niet bekend. Wij volgen de voortgang nauwgezet en houden u op de hoogte.
Meer informatie of advies
Wilt u meer weten of van gedachten wisselen over bovenstaande ontwikkelingen of wilt u de mogelijke gevolgen op termijn van het Wetsvoorstel Personeelsbehoud bij Crisis (Wpc) bespreken? Neem dan contact met ons op, wij gaan graag met u in gesprek.