Home / Publicaties / Belastingplan 2016: beperking deelnemingsvrijstelling...

Belastingplan 2016: beperking deelnemingsvrijstelling bij internationale mismatches

18/09/2015

Met ingang van 1 januari 2016 wordt de antimisbruikbepaling uit de Europese Moeder-dochterrichtlijn ("MDR") in de Nederlandse vennootschapsbelasting geïmplementeerd. Deze aanpassing moet voorkomen dat bij grensoverschrijdende winstuitdelingen in het geheel geen winstbelasting wordt geheven. Een Nederlandse moeder kan geen aanspraak meer maken op de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting als de ontvangen vergoeding fiscaal aftrekbaar is bij de buitenlandse dochter. Daarnaast worden structuren aangepakt waarbij een Nederlandse vennootschap om puur fiscale motieven wordt tussengeschoven.

Moeder-dochterrichtlijn

Winsten die worden behaald op het niveau van een dochteronderneming worden lokaal belast. De MDR beoogt te voorkomen dat diezelfde winsten ook bij de buitenlandse moeder in de belastingbelastingheffing worden betrokken ingeval van een winstuitdeling. Dubbele belastingheffing wordt voorkomen doordat EU lidstaten verplicht zijn een vrijstelling te verlenen van bronbelasting ten aanzien van de winstuitdeling van de dochter. Daarnaast schrijft de MDR voor dat dergelijke winstuitdelingen onbelast blijven op het niveau van de moedermaatschappij. Kortom, er vindt per saldo slechts belastingheffing plaats in het land waar de dochter is gevestigd.

In mismatch-situaties vindt er echter geen heffing plaats op het niveau van de dochter, noch bij de moeder. Vanaf 2015 voorziet de MDR in een antimisbruikbepaling om belastingheffing in dergelijke situaties te verzekeren. Deze antimisbruikbepaling wordt met ingang van 1 januari 2016 in de Nederlandse vennootschapsbelasting gecodificeerd. Daarbij is gekozen voor een wereldwijde benadering, die niet beperkt is tot EU-verhoudingen. Nederland gaat hiermee verder dan de EU voorschrijft. De Nederlandse wordt op een tweetal punten gewijzigd.

Beperking deelnemingsvrijstelling

De eerste wijziging betreft de deelnemingsvrijstelling, waarmee Nederland aan de verplichting uit de MDR voldoet om winstuitdelingen bij de moeder onbelast te laten. Vanaf 2016 wordt de deelnemingsvrijstelling zodanig aangepast dat deze niet meer van toepassing is in het geval van mismatch-situaties. In dergelijke situaties worden voordelen uit een deelneming door de Nederlandse belastingplichtige onbelast ontvangen onder de deelnemingsvrijstelling, terwijl die vergoeding in een andere jurisdictie fiscaal aftrekbaar is. De toepassing van de deelnemingsvrijstelling wordt dan beperkt, waardoor de ontvangen voordelen in Nederland belast zijn.

Antimisbruikbepaling buitenlands aandeelhouders

Een tweede wijziging ziet op een antimisbruikbepaling voor buitenlandse aandeelhouders met een aanmerkelijk belang in een Nederlandse entiteit. Door de wijziging moet in alle gevallen worden getoetst of het aanmerkelijk belang in de Nederlandse vennootschap wordt gehouden met als hoofddoel (of een van de hoofddoelen) het ontgaan van belastingheffing, terwijl de structuur geen geldige zakelijk motieven kent. Is dat het geval, dan wordt de buitenlandse aandeelhouder in Nederland belastingplichtig voor de genoten inkomen uit de Nederlandse entiteit. Hierbij blijven belastingverdragen vanzelfsprekend doorslagevend of Nederland uiteindelijk haar heffingsrecht kan effectueren.

Conclusie

Het is voor Nederlandse (houdster)vennootschappen van belang om te inventariseren of zij door de wijzing nog aanspraak maken op de deelnemingsvrijstelling met betrekking tot hun dochterondernemingen. Buitenlandse entiteiten met een aanmerkelijk belang in een Nederlandse vennootschap zullen moeten nagaan of deze niet enkel om fiscale motieven is tussengeschoven.

Auteurs

De foto van Gilbert Joskin
Gilbert Joskin
Belastingadviseur
Amsterdam
De foto van Herman Boersen
Herman Boersen
Partner
Amsterdam