Home / Publicaties / Hof Amsterdam: gebruik lookalike Max Verstappen door...

Hof Amsterdam: gebruik lookalike Max Verstappen door Picnic toch geen inbreuk op portretrecht

03/06/2020

Op 2 juni 2020 oordeelde Hof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2020:1410) dat het gebruik van een lookalike van Max Verstappen in een reclame van Picnic geen inbreuk oplevert op het portretrecht van Verstappen en evenmin onrechtmatig is jegens Verstappen. Rechtbank Amsterdam had eerder geoordeeld dat de reclamecommercial wél inbreuk maakte op het portretrecht van Verstappen en kende Verstappen een schadevergoeding van EUR 150.000 toe (Rb. Amsterdam 25 april 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:2648). Dit oordeel wordt door het hof vernietigd. 

De online supermarkt Picnic deelde op 28 september 2016 op haar Facebookpagina een reclamecommercial van 32 seconden waarin een lookalike van F1-coureur Verstappen was te zien die boodschappen van Picnic rondbrengt. De lookalike droeg dezelfde raceoutfit en pet als Verstappen tijdens optredens in de media en op het F1-circuit. De commercial begon met de lookalike die langs een bestelbus van supermarktketen Jumbo liep en instapte in een bestelbusje van Picnic. In dat bestelbusje rijdt de lookalike bij wijze van pitstop langs het distributiecentrum van Picnic en bezorgt de boodschappen van Picnic aan huis. Hoewel de commercial  na één dag van Facebook is verwijderd werd het honderdduizenden keren bekeken en kreeg in de media veel aandacht. Verstappen zelf speelt overigens regelmatig in commercials van concurrent supermarktketen Jumbo.

De rechtbank oordeelde dat de in de commercial van Picnic gebruikte lookalike alle karakteristieke kenmerken van het portret van Verstappen bezat: dezelfde pet, dezelfde raceoutfit, dezelfde haarkleur, hetzelfde silhouet en hetzelfde postuur. Hiermee werd bij het publiek het beeld van Verstappen opgeroepen. Dit was ook de bedoeling van Picnic. De rechtbank beschouwde de weergave van de lookalike daarmee als een weergave van het portret van Verstappen. In haar arrest was het hof het daarmee niet eens. Volgens het hof was het voor de aanschouwer van de commercial duidelijk dat het niet Verstappen zelf betreft maar dat het gaat om een persiflage van zijn optreden in reclamefilms voor Jumbo. Het hof oordeelt dat er geen redelijke twijfel bestaat - bijvoorbeeld door het persiflerende of verwijzende karakter van de beelden - dat het niet om de persoon Verstappen zelf gaat maar slechts om iemand die op hem lijkt. Daarmee valt de weergave van de lookalike niet onder het portretrecht van Verstappen. Het portretrecht gaat volgens het hof namelijk niet zover dat het zich in dit geval – zonder dat er redelijke twijfel is dat het een lookalike betreft – uitstrekt tot verspreiding van beeldmateriaal waarin bepaalde kenmerken van de verschijning van een persoon door een ander worden uitgebeeld en/of nagespeeld of nagebootst. Dat Picnic met opzet de associatie met Verstappen heeft gemaakt, maakt dat niet anders.

Het hof oordeelt vervolgens nog dat het gebruik van de lookalike ook niet op enige andere gronden onrechtmatig is jegens Verstappen. Het beeldmateriaal in de commercial is niet van zodanige aard dat als gevolg daarvan Verstappen in zijn eer en goede naam wordt aangetast dan wel bij diens afbeelding betrokken zakelijke belangen door de openbaarmaking van het beeldmateriaal worden geschaad. Ten aanzien van het laatste punt is relevant dat hier volgens het hof geen verwarring optreedt tussen de identiteit van de lookalike en die van Verstappen. Onder die omstandigheden kan het gebruik van de lookalike zonder bijkomende omstandigheden niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Het gebruik van de lookalike zou wellicht wel ten opzichte van concurrent Jumbo – die Verstappen gebruikt in haar eigen commercials - onrechtmatig kunnen zijn, maar Jumbo is geen partij in dit geding. Verstappen maakt jegens Picnic dan ook geen aanspraak op enige schadevergoeding.   

De mening van de rechtbank en het hof staan haaks op elkaar voor wat betreft de vraag of het gebruik van de lookalike valt aan te merken als een weergave van het portret van Verstappen. Het oordeel van het hof dat er geen redelijke twijfel moet bestaan over de identiteit van de lookalike is nieuw en de vraag is of dit juist is. Ook kan de vraag worden gesteld of het daadwerkelijk voor de leek duidelijk is dat het niet Verstappen betrof in de commercial van Picnic. Voor sporters en beroemdheden is er veel aan gelegen of een lookalike kan worden beschouwd als een weergave van hun portret. Over het algemeen wordt aangenomen dat een sporter of beroemdheid in zijn verzilverbare populariteit een redelijk belang heeft om op te komen tegen het zonder vergoeding openbaar maken van zijn portret. Onder meer Johan Cruijf, Louis van Gaal en Edgar Davids hebben de afgelopen jaren een redelijke vergoeding kunnen claimen voor het zonder toestemming openbaar maken van hun portret. 

Mocht u over het voorgaande nog vragen hebben dan kunt u daarvoor uiteraard contact met ons opnemen.

Auteurs

Tim-Wilms-29-Edit-CMS-NL
Tim Wilms
Advocaat
Amsterdam
Sanne_Knopper-CMS-NL
Sanne Knopper
Advocaat
Amsterdam