Home / Europa / Nederland / Antitrust, Competition & Trade / Verticale overeenkomsten

Verticale overeenkomsten

Advocatenkantoor in Nederland gespecialiseerd in Verticale overeenkomsten

Terug naar Antitrust, Competition & Trade

De toegenomen aandacht van de Europese Commissie en de Autoriteit Consument & Markt betekent dat de verenigbaarheid van verticale overeenkomsten met de mededingingsregels voor ondernemingen van groot belang is. Wij ondersteunen cliënten bij het onderhouden van relaties met leveranciers, wederverkopers en klanten, in het online en het offline kanaal. We hebben ruime ervaring met alle mededingingsrechtelijke kwesties op het gebied van exclusieve en selectieve distributie, franchising, platforms, e-commerce, dubbele distributie en verticale prijsbinding. Indien nodig staan wij cliënten op dit vlak bij in onderzoeken van de Europese Commissie of the Autoriteit Consument & Markt, dan wel in civielrechtelijke procedures voor Nederlandse rechtbanken.

Aanmelden voor Antitrust, Competition & Trade (ACT) onderwerpen
Blijf up-to-date met onze client services.

Feed

30/05/2024
Antitrust, Competition & Trade update: maart & april 2024
In het kort Boetebesluit aanbesteding schoolterrein Roermond Op 7 maart 2024 publiceert de ACM een boetebesluit ten aanzien van kartelvorming in het kader van een openbare aanbesteding door een scho­len­ge­meen­schap in Roermond. Twee aannemers hadden informatie uitgewisseld over hun voorgenomen inschrijfgedrag en zich aan prijslenen schuldig gemaakt. Eén van de ondernemingen heeft na een clementieverzoek immuniteit gekregen, de ander is beboet. Sterkere on­der­han­de­lings­po­si­tie varkenshouders na toezegging Vion Op 19 maart 2024 accepteert de ACM de toezegging van Vion, een vleesproducent, om niet langer eenzijdig contracten met varkenshouders te wijzigen. De onderneming zal contracten niet langer per direct beëindigen indien varkenshouders besluiten nieuwe con­tract­con­di­ties niet te aanvaarden. Volgens de ACM wordt de on­der­han­de­lings­po­si­tie van de varkenshouders verbeterd. Dat is in lijn met de doelstelling van de op 1 november 2021 in werking getreden Wet Oneerlijke Han­dels­prak­tij­ken Landbouw. Besluit tot centralisering van prij­zen­ma­na­ge­ment in de professionele wielersport door UCI/CPA Op 19 maart 2024 bevestigt het Gerechtshof Den Bosch dat het besluit tot centralisering van prij­zen­ma­na­ge­ment in de professionele wielersport niet in strijd is met het me­de­din­gings­recht. De be­lan­gen­be­har­ti­gings­or­ga­ni­sa­tie voor de professionele wielrenners, de CPA (Cyclistes Professionels Associés), heeft dat gecentraliseerde prij­zen­ma­na­ge­ment­sys­teem in 2019 ingevoerd en verplicht gesteld. Anders dan werd betoogd door Cycling Services, een be­mid­de­lings­or­ga­ni­sa­tie tussen wielrenners en wed­strijd­or­ga­ni­sa­ties, heeft dat besluit geen me­de­din­gings­be­per­ken­de strekking. KPN mag Youfone overnemen Op 21 maart 2024 geeft de ACM een on­voor­waar­de­lij­ke vergunning af aan KPN voor de overname van Youfone. In de eerste fase had de ACM twijfels bij de overname wegens de kans dat er belangrijke concurrentiedruk weg zou kunnen vallen in het budgetsegment van de telecommarkt. Het onderzoek in de tweede fase wees volgens de ACM uit dat de overname weinig tot geen effect zal hebben op con­su­men­ten­prij­zen en de con­cur­ren­tie­druk, zelfs niet in het segment voor scherper geprijsde mobiele te­le­foon­abon­ne­men­ten. KPN zal na de overname onverminderd prikkels hebben om andere mobiele aanbieders zonder eigen netwerk toegang te bieden tot haar netwerk. Vastgoedplatform ROZ schrapt automatische in­fla­tie­cor­rec­tie uit mo­del­con­trac­ten Op 10 april 2024 kondigt de ACM aan dat de vereniging Raad voor Onroerende Zaken (ROZ) haar modelcontracten voor de huur van kantoor- en winkelruimtes heeft aangepast. Daarin stond een jaarlijkse huuraanpassing verwerkt die was gekoppeld aan de con­su­men­ten­prijs­in­dex. Volgens de ACM mag een bran­che­or­ga­ni­sa­tie haar leden niet adviseren over prijzen, en dus ook niet een automatische aanpassing van de huurprijs faciliteren. De gebruikers van de mo­del­over­een­kom­sten kunnen inmiddels kiezen voor een vast percentage, index naar keuze of kunnen afzien van een automatische stijging in het geheel. ACM: duur­zaam­heids­ini­ti­a­tief Thuiswinkel past binnen con­cur­ren­tie­re­gels Op 11 april 2024 geeft de ACM haar goedkeuring voor een duur­zaam­heids­ini­ti­a­tief van Thuiswinkel (Thuiswinkel. org), de bran­che­or­ga­ni­sa­tie voor de e-commerce sector. Het is de eerste sectorbrede non-profit standaard voor ondernemers die hun impact op het milieu willen verminderen. De standaard verdraagt zich met het kartelverbod omdat webwinkels zelf kunnen kiezen of ze al dan niet de duur­zaam­heids­stan­daard hanteren, zelf keuzes op het vlak van duurzaamheid blijven maken en de standaard biedt ruimte voor deelnemers om nieuwe duurzame innovaties aan te bieden. De ACM beschouwt als cruciaal dat is gewaarborgd dat commercieel gevoelige informatie niet wordt uitgewisseld. Blog Martijn Snoep: Grote bedrijven, grote risico’s Op 12 april 2024 publiceert de be­stuurs­voor­zit­ter van de ACM, Martijn Snoep, een blog waarin hij de risico’s bespreekt van grote ondernemingen. In voorkomend geval verhogen zij eenzijdig prijzen, verlagen zij de kwaliteit van producten of diensten en maken zij misbruik van in­for­ma­tie-asym­me­trie­ën. Snoep onderstreept de rol van onafhankelijke toezichthouders als noodzakelijke tegenmacht van grote ondernemingen bij het goed laten functioneren van markten. Hij geeft drie lessen voor de toekomst mee; (i) preventie is beter dan genezen, (ii) een gestroomlijnde één-overheid aanpak is noodzakelijk om de problemen aan te pakken en (iii) er bestaat geen panacea om alle me­de­din­gings­pro­ble­men op te lossen. Tegen deze achtergrond benoemt de be­stuurs­voor­zit­ter opnieuw de noodzaak van invoering van een nieuw me­de­din­gings­in­stru­ment (the new competition tool). ACM publiceert aangepaste werkwijze bij con­cen­tra­tie­za­ken Op 26 april 2024 publiceert de ACM haar laatste versie van de werkwijze bij con­cen­tra­tie­za­ken. De werkwijze beschrijft hoe de ACM omgaat met meldingen en ver­gun­nings­aan­vra­gen. De werkwijze bevat nu een uitgebreidere toelichting op het gebruik van omzetcijfers. Verder is de tekst geactualiseerd. Afwijzing hand­ha­vings­ver­zoek DHL en GLS Op 29 april 2024 kondigt de ACM aan dat zij de hand­ha­vings­ver­zoe­ken van DHL en GLS jegens PostNL afwijst op basis van haar pri­o­ri­te­rings­be­leid. PostNL zou volgens hen de me­de­din­gings­re­gels overtreden in verband met ex­clu­si­vi­teits­af­spra­ken die zij heeft met bepaalde retailpunten in Nederland. Uit het preliminaire onderzoek van de ACM blijkt evenwel dat er voldoende mogelijkheden voor het verwerven van servicepunten zijn op de Nederlandse markt. Verder groeit DHL ten opzichte van PostNL op de pak­ket­be­zor­gings­markt en is het aantal servicepunten van concurrenten van PostNL de afgelopen jaren toegenomen. 
29/04/2024
Afslagenbeleid Zilveren Kruis niet in strijd met het me­de­din­gings­recht
Het gerechtshof Den Haag oordeelt op 16 april 2024 dat, anders dan ge­nees­mid­de­len­groot­han­del Eureco-Pharma meent, gedragingen van zorgverzekeraar Zilveren Kruis, van de fabrikant van het geneesmiddel Imbruvica en van enkele ziekenhuizen geen strijd opleveren met het kartelverbod. Imbruvica is een intramurale geneesmiddel voor leukemie en lym­fe­klier­kan­ker. De fa­bri­kant ver­koopt het geneesmiddel aan ziekenhuizen in Nederland. Eureco-Pharma is een pa­ral­lel­im­por­teur. Zij koopt het geneesmiddel in andere lidstaten en verkoopt het aan ziekenhuizen in Nederland. Ziekenhuizen declareren de zogenaamde apotheker inkoopprijs (AIP, ook wel de lijstprijs genoemd) die als een maximale prijs geldt bij de zorg­ver­ze­ke­raars. Als de ziekenhuizen een lagere inkoopprijs afspreken met de fabrikant of de pa­ral­lel­im­por­teur, komt het verschil met AIP voor rekening van de ziekenhuizen. In 2019 hebben Zilveren Kruis en andere verzekeraars gezamenlijk een raamovereenkomst gesloten met de fabrikant en afspraken gemaakt over de inkoopprijs. Tevens is afgesproken dat ziekenhuizen Imbruvica op basis van nacalculatie en zonder toepassing van afslagen op de AIP bij de zorgverzekeraar kunnen declareren. De voorwaarde hiervoor was echter dat ziekenhuizen het middel rechtstreeks inkopen bij de fabrikant. Daarnaast hanteerde Zilveren Kruis een afslag (49% in 2020, 7% voor capsules en 17% voor tablets in 2021) op de AIP voor het gedeclareerde geneesmiddel dat de ziekenhuizen niet rechtstreeks bij de fabrikant inkochten. Ook de andere verzekeraars hanteerden een afslagenbeleid maar de percentages verschilden. Door dit afslagenbeleid werd het voor ziekenhuizen financieel onaantrekkelijk om bij een pa­ral­lel­dis­tri­bu­teur zoals Eureco-Pharma te kopen. Het marktaandeel van Eureco-Pharma voor Imbruvica is in het eerste kwartaal van 2020 gedaald van 60-70% tot nihil. Het marktaandeel van de fabrikant is in diezelfde periode gestegen naar 100 procent. Eureco-Pharma stelde zich, o.a., op het standpunt dat (i) de raam­over­een­komst een verboden overeenkomst of een onderling afgestemde feitelijke gedraging (oafg) was tussen de zorgverzekeraars (en ook de fabrikant) en (ii) er sprake was van verboden verticale afspraken tussen Zilveren Kruis en ziekenhuizen. Ten aanzien van de raamovereenkomst maakt het gerechtshof een onderscheid tussen de afspraak over korting op de inkoopprijs op basis van nacalculatie en afslagenbeleid van zorg­ver­ze­ke­raars. Verwijzend naar de ACM “Leidraad gezamenlijke inkoop ge­nees­mid­de­len”, oordeelt het gerechtshof dat door de zorgverzekeraars gezamenlijk met de fabrikant gemaakte afspraken over de korting op basis van nacalculatie toegestaan zijn. Wat betreft afslagenbeleid merkt het gerechtshof op dat afspraken/oafg tussen zorgverzekeraars om afslagen toe te passen indien ziekenhuizen Imbruvica niet bij de fabrikant inkopen in strijd kunnen zijn met het kartelverbod. Daar ziet het gerechtshof echter onvoldoende aan­kno­pings­pun­ten voor. Uit het bestaan van kor­tings­af­spra­ken of het toepassen van afslagen door zorgverzekeraars kan niet worden afgeleid dat er ook afspraken zijn gemaakt of feitelijk onderling is afgestemd over afslagen. In dat kader acht het gerechtshof relevant dat: (i) iedere zorgverzekeraar een zelfstandige prikkel heeft om een afslag toe te passen want hoe meer ziekenhuizen het middel bij de fabrikant inkopen, hoe groter de korting die de zorgverzekeraar krijgt; (ii) diverse zorgverzekeraars wisselende afslagen hanteren. Het gerechtshof is ook niet overtuigd van het bestaan van verticale afspraken of een oafg tussen Zilveren Kruis en de ziekenhuizen. Hoewel Zilveren Kruis eenzijdig de rechts­be­trek­kin­gen met de ziekenhuizen heeft gewijzigd, doordat zij het afslagenbeleid is gaan hanteren, kan dit niet als een overeenkomst of oafg worden gekwalificeerd. Om deze eenzijdige handeling als een overeenkomst tussen Zilveren Kruis en de ziekenhuizen te kunnen kwalificeren, dienen de ziekenhuizen hiermee uitdrukkelijk of stilzwijgend te hebben ingestemd. Dat ligt hier niet voor de hand, nu de ziekenhuizen juist geen belang hebben bij het afslagenbeleid van Zilveren Kruis. Ook heeft het inkoopverband van ziekenhuizen in een brief aan Eureco-Pharma hun ongenoegen geuit over het afslagenbeleid van Zilveren Kruis en tevens opgemerkt dat zij door dit beleid worden “gedwongen” om Imbruvica in te kopen bij de fabrikant. Onder deze omstandigheden acht het gerechtshof het enkele feit dat de ziekenhuizen Imbruvica zijn gaan afnemen bij de fabrikant onvoldoende om aan te kunnen nemen dat sprake is van wils­over­een­stem­ming of een oafg tussen Zilveren Kruis en de ziekenhuizen. Gerechtshof Den Haag 16 april 2024 (ECLI:NL:GHD­HA:2024:608) Contact Heeft u vragen of opmerkingen over deze publicatie? Neem dan contact met ons op, wij gaan graag met u in gesprek.
05/04/2024
Groningse samenwerking in de zorg niet nader onderzocht door de ACM
Op 4 maart 2024 wijst de ACM het hand­ha­vings­ver­zoek af van Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN) om op te treden tegen een samenwerking tussen de zorgverzekeraars VGZ, Zilveren Kruis en Menzis enerzijds en het Martini Ziekenhuis, het Ommelander Ziekenhuis en het UMCG anderzijds, met toepassing van haar pri­o­ri­te­rings­be­leid. De samenwerking op het gebied van beweegzorg, cardiologische zorg, rectumchirurgie en plastische chirurgie beoogt de zorg in de regio Groningen duurzaam en toegankelijk te houden en houdt verband met een stijgende zorgvraag en een tekort aan personeel. Volgens ZKN zou de samenwerking evenwel (ook) tot doel hebben om zelfstandige behandelcentra (ZBC's) op de regionale zorgmarkt te weren. De ACM komt tot de conclusie dat daarvoor voorshands geen aanwijzingen bestaan. De ziekenhuizen en verzekeraars in kwestie hebben immers publiekelijk aangegeven dat zij in gesprek gaan met ZBC's om hen bij zorgoplossingen te betrekken en dat er geen sprake is van uitsluiting van dergelijke partijen. Bovendien streeft de samenwerking concrete doelen na om de zorg te verbeteren in de regio. Besluit ACM 28 maart 2024 (publicatie 4 april 2024 (ACM/23/187351)) Contact Heeft u vragen of opmerkingen over deze publicatie? Neem dan contact met ons op, wij gaan graag met u in gesprek.
12/03/2024
Antitrust, Competition & Trade update: januari en februari 2024
In het kort In een op 18 januari 2024 gepubliceerde uitspraak oordeelt de rechtbank Amsterdam dat zij bevoegd is kennis te nemen van een collectieve actie die Stichting App Stores Claims aanhangig heeft gemaakt namens particuliere en zakelijke gebruikers van de Play Store. De claimstichting stelt Google en haar moederbedrijf Alphabet aansprakelijk voor vermeend misbruik van een economische machtspositie, als gevolg waarvan de gebruikers van de Play Store – kort gezegd – te veel zouden hebben betaald voor hun aankopen. Nu de rechter zich bevoegd acht van de zaak kennis te nemen, zal deze zich buigen over de vraag of de claimstichting de belangen van de gebruikers (exclusief) mag behartigen. Op 23 januari 2024 publiceert de ACM haar Focus Werkzaamheden voor 2024. De ACM geeft aan zich net als in 2023 op de digitale economie, de energietransitie en verduurzaming te zullen richten. De ACM gaat consumenten en ondernemers voorlichten over hun rechten en plichten onder nieuwe digitale wetgeving (Digital Services Act, Digital Markets Act en Plat­form-to-Bu­si­ness Verordening). De ACM wil voorts de drukte op het stroomnet aanpakken en de tarieven van leveranciers in de energiemarkt scherp in de gaten blijven houden. Wat betreft verduurzaming zal onverminderd aandacht blijven uitgaan naar misleidende duur­zaam­heids­claims (greenwashing). Op 24 januari 2024 publiceert de ACM de vernieuwde Leidraad samenwerking landbouwers. Daarin zijn de mogelijkheden neergelegd voor samenwerking tussen landbouwers binnen de geldende me­de­din­gings­re­gels. Indien een afspraak voldoet aan de voorwaarden die in de Leidraad worden genoemd is de samenwerking altijd toegestaan, aldus de ACM. Met de praktische Leidraad beoogt de ACM bij te dragen aan het bevorderen van een duurzamere productie en handel in agrarische producten. Op 30 januari 2024 oordeelt het Gerechtshof Den Bosch dat de leden van het spanstaalkartel, die in 2010 al voor in totaal EUR 500 miljoen door de Europese Commissie waren beboet, een schadevergoeding moeten betalen aan Deutsche Bahn. Waar de vorderingen door de rechtbank eerder nog werden afgewezen wegens verjaring, oordeelt de beroepsrechter dat de producenten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door Deutsche Bahn geleden schade. De hoogte van de schadevergoeding zal worden bepaald in een scha­de­staat­pro­ce­du­re. Op 2 februari 2024 trekt een consortium van vier telecombedrijven na kennisneming van een voorlopig oordeel van de ACM de klacht in betreffende de uitzendrechten van de Eredivisie. De vier bedrijven (Delta Fiber, KPN, Odido en VodafoneZiggo) hadden op 5 oktober 2023 de ACM verzocht om handhavend op te treden tegen de aan Disney verleende licentierechten met betrekking tot de uitzendrechten van Ere­di­vi­sie­voet­bal. Zij voerden aan dat de gunning van de uitzendrechten door middel van een openbare aanbesteding diende te geschieden. De ACM zag echter na haar initiële beoordeling geen reden de overeenkomst op basis waarvan de licentierechten aan Disney zijn verleend als strijdig met de me­de­din­gings­re­gels aan te merken. Op 9 februari 2024 kondigt DPG Media aan RTL Nederland te willen overnemen en daartoe een con­cen­tra­tie­mel­ding te hebben ingediend. DPG Media is onderdeel van de Belgische DPG Media Group en is met name bekend als uitgever van dagbladen, tijdschriften en online nieuws en eigenaar van radiozenders Qmusic en JOE. De transactie volgt op een recent verbod van de ACM van de overname van Talpa door RTL. Op 14 februari 2024 kondigt de ACM aan een onderzoek te zijn gestart naar Bol. com. Dit doet de ACM naar aanleiding van signalen uit de markt dat Bol. com zichzelf en bepaalde ondernemers zou hebben bevoordeeld (self preferencing) op haar website. De ACM heeft de exploitant van het online platform vragen gesteld om te kunnen onderzoeken of daar inderdaad sprake van is. Op 14 februari 2024 wijst de ACM het bezwaar van deelnemers van het inkoopkartel voor eieren tegen de door de ACM aan hen opgelegde boetes af. De ACM had op 22 december 2022 drie fabrikanten van eierproducten beboet wegens het onderling afstemmen van inkoopprijzen, verdelen van leveranciers en delen van con­cur­ren­tie­ge­voe­li­ge informatie. De rechtbank Rotterdam verklaart op 19 februari 2024 het beroep van een der­de-be­lang­heb­ben­de niet ontvankelijk betreffende de vergunning voor de overname Landal door Roompot. De ACM had de vergunning verleend onder toezegging van het afstoten van enkele vakantieparken aan een derde partij, Dormio. De rechtbank oordeelt dat de omstandigheid dat de belanghebbende va­kan­tie­ac­com­mo­da­ties bezit op een aan Dormio overgegaan vakantiepark in dit geval niet voldoende is om als belanghebbende te worden aangemerkt. Op 21 februari 2024 publiceert hoofdeconoom van de ACM Paul de Bijl een blog over zijn visie omtrent de maatschappelijke ver­ant­woor­de­lijk­heid van het bedrijfsleven, vooral in de digitale economie. Hij betoogt dat steeds verdergaande regulering onvoldoende is om de cirkel te doorbreken. De oplossing ziet hij in “corporate purpose”. Dat houdt in dat bedrijven wel streven naar winst, maar niet naar het afwentelen van de kosten op anderen. Op 27 februari 2024 bevestigt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) een door de ACM aan een deelnemer van het dakdekkerskartel in 2020 opgelegde boete. Tijdens een aanbesteding met vier inschrijvende partijen voor een renovatieklus in Amsterdam hadden twee dakdekkers  vooraf heimelijke afspraken gemaakt over hun inschrijving. Net als de rechtbank Rotterdam oordeelt het CBb dat de ACM het bewijs dat zij had verzameld in haar onderzoek niet verkeerd had beoordeeld. De boete blijft dus in stand. Gerechtshof oordeelt dat twee liftproducenten onrechtmatig hebben gehandeld jegens wo­ning­cor­po­ra­ties en andere afnemers Het Gerechtshof Den Haag heeft op 23 januari 2024 voor recht verklaard dat de liftproducenten Kone en Otis onrechtmatig hebben gehandeld jegens Nederlandse wo­ning­cor­po­ra­ties en andere afnemers van liften en roltrappen van de producenten. De producenten zijn aansprakelijk voor de nader te bepalen schade, aldus de beroepsrechter. Op 21 februari 2007 had de Europese Commissie boetes opgelegd van in totaal  bijna één miljard euro wegens schending van het kartelverbod door vijf lift- en rol­trap­fa­bri­kan­ten die actief zijn op de Europese markt. Er waren onderling afspraken gemaakt over de verdeling van de markt voor de installatie en het onderhoud van hun producten, alsmede over de toewijzing van openbare aanbestedingen (bid rigging). Sindsdien zijn meerdere claimstichtingen in het leven geroepen namens de gedupeerde afnemers van liften en roltrappen in Nederland. Zowel Stichting Elevator Cartel Claim als Stichting De Glazen Lift hebben bij de rechtbank Rotterdam vorderingen ingediend. De rechtbank heeft die toegekend waarna de liftproducenten beroep hebben aan­ge­te­kend. Het Gerechtshof wijst het argument van Kone en Otis dat de precieze prijseffecten van het kartel onmogelijk te meten zijn en de kartelinbreuk geen prijsopdrijvend effect zou hebben gehad af. Enkel relevant is dat vast komt te staan dat aannemelijk is dat het kartel tot hogere prijzen heeft geleid en niet dat die hogere prijzen daadwerkelijk vast zijn komen te staan. Gerechtshof Den Haag 23 januari 2024 (ECLI:NL:GHD­HA:2024:141) Ge­rechts­hof Den Haag 23 januari 2024 (ECLI:NL:GHD­HA:2024:132) Gerechtshof wijst scha­de­ver­goe­dings­vor­de­rin­gen af wegens niet vaststaan van toerekenbaarheid schade aan ACM Op 30 januari 2024 wijst het Gerechtshof Den Haag de scha­de­ver­goe­dings­vor­de­rin­gen van enkele huizenhandelaren tegen de ACM af. Eind 2011 had de ACM  boetes opgelegd aan huizenhandelaren wegens schending van het kartelverbod. Uit onderzoek was gebleken dat deze handelaren bij exe­cu­tie­vei­lin­gen samenwerkten om zowel de inzet- als afmijnprijs zo laag mogelijk te houden. Hierna konden de handelaren de onroerende goederen in een besloten "naveiling" aan elkaar voor hogere prijzen doorverkopen, waarbij het verschil in prijs tussen beide veilingen onderling verdeeld werd. De boetebesluiten van de ACM zijn in 2017 door het CBb herroepen, hoofdzakelijk omdat de ACM onvoldoende duidelijk had gemaakt waarom alle gedragingen als een enkele voortdurende inbreuk van het kartelverbod golden. Daarvan is enkel sprake wanneer de ACM een plan daartoe kan aantonen. Het CBb oordeelde dat de ACM dat ten aanzien van een groot aantal zogenoemde "besmette veilingen" niet had gedaan. Het CBb was van oordeel dat de ACM bij de exe­cu­tie­vei­lin­gen waar een naveiling had plaatsgevonden wel voldoende had aangetoond dat die gedragingen het doel hadden de mededinging te beperken. Nu de besluiten van de ACM echter gestoeld waren op het bestaan van een enkele voortdurende inbreuk ten aanzien van alle "besmette veilingen" kon het CBb de besluiten niet in stand houden. Daarop heeft een groep handelaren collectief met de ACM onderhandeld over een minnelijke regeling ter compensatie van de schade die de handelaren als gevolg van het handelen en de publicaties van de ACM stelden te hebben geleden. Daaronder viel ook de schade die de handelaren zouden hebben geleden door het opzeggen van de bancaire relatie van hun bank naar aanleiding van de oorspronkelijke besluiten van de ACM. De onderhandeling met de ACM resulteerde in een vast­stel­lings­over­een­komst (VSO) waarin de handelaren een vaste vergoeding werd geboden. In aanvulling daarop konden de handelaren voor een hogere vergoeding in aanmerking komen als ze aan bepaalde voorwaarden voldeden. Die voorwaarden heeft de ACM vastgelegd in een aanvullend schikkingskader. De handelaren die niet met dit aanvullend schikkingskader instemden, hebben via een gerechtelijke procedure alsnog getracht (aanvullende) schadevergoeding van de ACM te vorderen. Daarin voerden zij aan dat de ACM in de VSO een causaal verband aanvaardde tussen haar handelen en de door de handelaren geleden schade waardoor de ACM schadeplichtig was voor alle geleden schade. Deze argumentatie trof bij de rechtbank geen doel. Net als de rechtbank wijst het Gerechtshof de vorderingen af. In tegenstelling tot wat partijen aanvoerden had de ACM in de VSO geen blijk gegeven van een causaal verband tussen de daarin vastgelegde vergoedingen en de handelingen van de ACM. De handelaren hadden volgens het Gerechtshof dus niet kunnen volstaan met een verwijzing naar dat kennelijk aanvaarde causale verband, maar hadden hun vorderingen beter moeten onderbouwen. Voorts oordeelt het Gerechtshof dat schade die zag op het opzeggen van de bankrelatie door de bank van de handelaren als gevolg van hun me­de­din­gings­be­per­ken­de gedragingen niet aan de ACM was toe te rekenen. Gerechtshof Den Haag 30 januari 2024 (ECLI:NL:GHD­HA:2024:59) Recht­bank Den Haag 15 februari 2021 (ECLI:NL:RBDHA:2021:13809)
12/03/2024
After EU Commission's first decision on Carbon Contracts for Difference,...
The European Commission approved the first Carbon Contracts for Difference (CCfD) scheme under the new Guidelines on State aid for climate, environmental protection and energy 2022 (CEEAG).Fol­lo­wing the...
07/03/2024
Practical guidance on how to assess the existence of aid for risk financing...
On 26 January 2024, the Commission adopted practical guidance for Member States on assessing the existence of State aid for measures aimed at facilitating access to financing for certain bu­si­nes­ses.Risk...
05/03/2024
European Commission authorises EUR 550 million Italian hydrogen aid scheme
On 30 January 2024, the European Commission authorised an Italian hydrogen aid scheme with a budget of EUR 550 million under the Temporary Crisis and Transition Framework.The Green Deal industrial planThe...
01/03/2024
Oordeel misbruik economische machtspositie Buma/Stemra onvoldoende gemotiveerd
De Hoge Raad vernietigt op 1 maart 2024 het arrest van het gerechtshof Amsterdam over het vermeende misbruik van een economische machtspositie door Buma/Stemra op de markt voor het bedrijfsmatig afspelen van muziek. Associated Business Music Distributors (ABMD) vertegenwoordigt aanbieders van ach­ter­grond­mu­ziek aan zakelijk gebruikers. Zij betalen elk een li­cen­tie­ver­goe­ding aan collectieve be­heers­or­ga­ni­sa­tie Buma/Stemra. Buma/Stemra verleent ook licenties aan strea­ming­dien­sten voor privégebruik van muziek. ABMD-leden betalen een hoger tarief dan strea­ming­dien­sten. Sommige abonnees van strea­ming­dien­sten, zoals café-eigenaren, gebruiken hun particuliere abonnement bedrijfsmatig. Volgens ABMD gaat dit ‘lek’ ten koste van hun marktpositie. Buma/Stemra zou onrechtmatig handelen door verschillende licentietarieven voor privé en zakelijk gebruik te hanteren en door te gedogen dat pri­vé­abon­ne­men­ten voor commerciële doeleinden worden gebruikt. Dit zou misbruik van een economische machtspositie betekenen, zo stelde ABMD ter onderbouwing van haar vordering in een civiele zaak. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde in 2022 dat Buma/Stemra een economische machtspositie had. Dat een ongelijke situatie tussen de leden van ABMD en strea­mings­dien­sten bleef voortbestaan, vormde een misbruik van die machtpositie (zie ACT update van mei/juni 2022). Volgens de Hoge Raad heeft het gerechtshof echter nagelaten een analyse te maken van alle relevante omstandigheden bij zijn oordeel dat de prijs­dis­cri­mi­na­tie leidt tot een nadeel bij de mededinging. Het enkele aannemen dat het voor de hand ligt dat de ABMD en haar leden van de ongelijke behandeling nadeel kunnen ondervinden in hun concurrentie met afnemers van wie Buma/Stemra deze vergoeding niet verlangt (dat wil zeggen de strea­mings­dien­sten) is onvoldoende, aldus de Hoge Raad. De concrete invloed van de prijs­on­ge­lijk­heid op de con­cur­ren­tie­po­si­tie van de (afzonderlijke) aanbieders had moeten worden beoordeeld. De Hoge Raad verwijst naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing. Hoge Raad 1 maart 2024 (ECLI:NL:HR:2024:300) Contact Heeft u vragen of opmerkingen over deze publicatie? Neem dan contact met ons op, wij gaan graag met u in gesprek.
19/02/2024
Nieuwe pro­vi­sie­trans­pa­ran­tie- en ad­vies­ver­plich­tin­gen per 1 juli 2024
Per 1 juli 2024 treedt het Wij­zi­gings­be­sluit Financiële Markten 2023 (het ''Wij­zi­gings­be­sluit'') in werking. Het Wij­zi­gings­be­sluit bevat diverse nieuwe verplichtingen voor onder meer aanbieders, adviseurs en bemiddelaars in verzekeringen. In deze signalering gaan wij in op een aantal van deze verplichtingen.
22/01/2024
State aid: The European Commission approves an Italian aid scheme for the...
On 15 January 2024, the European Commission approved a EUR 120 mil­li­on Italian aid scheme for all airlines establishing new connections between one of the three airports in Calabria, namely Tito Minniti...
16/01/2024
Antitrust, Competition & Trade update: november en december 2023
In het kort In het blog ‘Kleine overnames, grote problemen’ van 6 november 2023 stelt Martijn Snoep dat de Mededingingswet in de afgelopen 25 jaar een goed en effectief instrument is gebleken om de meeste con­cur­ren­tie­pro­ble­men aan te pakken. Toch zijn er twee hiaten: het ontbreken van regulering voor 'understandings' tussen ondernemingen en het gebrek aan toetsing van kleine overnames die toch con­cur­ren­tie­pro­ble­men veroorzaken. Een goede oplossing voor dat laatste zou volgens Snoep een call-in bevoegdheid zijn op basis waarvan de ACM kleine overnames onder de drempels alsnog kan onderzoeken. De onzekerheid voor ondernemingen die hiermee gepaard gaat, kan naar zijn oordeel verminderd worden door de mogelijkheid van een vrijwillige melding vooraf en een periode van drie maanden waarbinnen de ACM moet aangeven of zij de overname wil onderzoeken. De rechtbank Amsterdam stelt op 8 november 2023 prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in een van de rechtszaken over schade naar aanleiding van het veelbesproken truckkartel. De rechtbank vraagt of een enkelvoudige en voortdurende inbreuk van artikel 101 VWEU onder Nederlands recht moet worden gekwalificeerd als een enkelvoudige en voortdurende onrechtmatige gedraging die resulteert in afzonderlijke scha­de­ver­goe­dings­vor­de­rin­gen op het moment dat de schade wordt geleden, of dat dit leidt tot een enkelvoudige scha­de­ver­goe­dings­vor­de­ring per gedupeerde die uit verschillende schadeposten bestaat. Ook legt de rechtbank de vraag voor wat het doorslaggevende tijdstip is voor de vaststelling van de toepasselijke conflictregel en wil zij weten welk aan­kno­pings­cri­te­ri­um moet worden gehanteerd bij de bepaling van het toepasselijk recht. De ACM besluit op 5 december 2023 geen ver­volg­on­der­zoe­ken in te stellen in drie zaken die zien op de ge­nees­mid­de­len­sec­tor. In de eerste fase van de onderzoeken, die zich richtten op (i) fabrikanten die hoge prijzen hanteerden en (ii) de voorwaarden voor verkoop aan zorgaanbieders, zijn volgens de ACM onvoldoende aanwijzingen gevonden voor overtredingen. De ACM blijft echter waakzaam voor mogelijke con­cur­ren­tie­over­tre­din­gen in de ge­nees­mid­de­len­sec­tor en roept op om signalen te blijven delen, vooral met betrekking tot excessieve prijzen en afspraken die de verkoop van goedkopere en kwalitatief gelijkwaardige geneesmiddelen belemmeren. Op 15 december 2023 publiceert de ACM haar nieuwe Beleidsregel Remedies bij Con­cen­tra­tie­za­ken. Als in het kader van con­cen­tra­tie­mel­din­gen me­de­din­gings­be­zwa­ren opkomen, kan de ACM voorwaarden, voorschriften of beperkingen ('remedies') opleggen voor de goedkeuring van de concentratie. Deze beleidsregel beschrijft de inhoudelijke vereisten voor remedies en geeft richtlijnen voor ondernemingen bij het indienen en implementeren ervan. De ACM streeft ernaar de afhandeling van con­cen­tra­tie­za­ken te versnellen door ondernemingen te helpen voldoen aan haar eisen. De oude Richtsnoeren Remedies uit 2007 zijn met de invoering van deze Beleidsregel Remedies komen te vervallen. Op 20 december 2023 stelt de rechtbank Amsterdam prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU (HvJ) in de collectieve scha­de­ver­goe­dings­zaak op basis van de WAMCA tegen Apple wegens vermeende me­de­din­gings­rech­te­lij­ke inbreuken in de App Store. In deze zaak stellen de Nederlandse claimstichtingen RCJ en ASC dat Apple haar economische machtspositie misbruikt door hoge provisies te hanteren voor apps en in-app producten. Het HvJ moet beoordelen of de Nederlandse rechter internationale rechtsmacht heeft en ook bijvoorbeeld wat moet worden aangemerkt als de plaats van het scha­de­ver­oor­za­ken­de handelen in geval van misbruik via een door Apple beheerd online platform. Op 27 december 2023 oordeelt de rechtbank Rotterdam dat bij een dawn raid verkregen bewijs onrechtmatig is. In november 2021 deed de ACM een inval bij Onderneming A en in 2023 legde zij een boete op aan Ondernemingen A en B. Volgens A en B was de inval echter onrechtmatig. De ACM verwees namelijk in de doelomschrijving van het onderzoek alleen naar Onderneming E, die niet was gevestigd op het adres waar de inval plaatsvond. De ACM deed dus onderzoek bij een onderneming die buiten de on­der­zoeks­op­dracht viel. Ten tijde van de inval is dit direct kenbaar gemaakt aan de ACM. Desondanks zette de ACM haar inval voort en breidde zij pas vier maanden later de doelomschrijving van het onderzoek uit. Volgens A en B deed de ACM daarom een inval bij een bedrijf waartegen geen verdenking van onrechtmatig handelen bestond. Dit is in strijd met het grondrecht op eerbiediging van het privéleven (artikel 8 EVRM en artikel 7 Handvest). De voor­zie­nin­gen­rech­ter volgt dit standpunt en stelt ook dat de ACM haar gebrekkige doelomschrijving niet vier maanden later met terugwerkende kracht kan herstellen door de on­der­zoeks­om­schrij­ving per brief uit te breiden. Volgens de rechter bevestigt deze uitbreiding juist dat de doelomschrijving tekortschoot. De informatie die tijdens de inval is verzameld, moet worden uitgesloten als bewijs. De boete houdt naar het voorlopige oordeel geen stand en het boetebesluit mag niet worden gepubliceerd. Rechtbank oordeelt dat ACM terecht boete heeft opgelegd aan Samsung Op 13 november 2023 bevestigt de rechtbank Rotterdam een door ACM aan Samsung Electronics Benelux B.V. (Samsung) opgelegde boete voor een kartelinbreuk. Op 14 september 2021 had de ACM Samsung een boete van ruim EUR 39 miljoen opgelegd, omdat de onderneming van januari 2013 tot en met december 2018 ongeoorloofde invloed uitoefende op de on­li­ne-ver­koop­prij­zen van televisies van zeven de­tail­han­de­la­ren. Samsung monitorde via webcrawlers de on­li­ne-ver­koop­prij­zen van te­le­vi­sie­mo­del­len van de­tail­han­de­la­ren. Als Samsung te lage marktprijzen zag, nam zij contact op met de detailhandelaren en spoorde hen aan hun prijs te verhogen. Daarbij liet zij ook weten dat andere detailhandelaren eveneens daartoe werden aangespoord. Dit gebeurde via e-mail en Whatsapp, zo ontdekte de ACM bij be­drijfs­be­zoe­ken. Het was twee­rich­tings­ver­keer: de detailhandelaren vroegen op hun beurt ook aan Samsung om hun concurrenten aan te spreken als zij te lage prijzen hanteerden. In het kader van het beroep tegen de afwijzing van haar bezwaar stelt Samsung zich op het standpunt dat zij slechts advies gaf aan de detailhandelaren zonder daarbij enige vorm van dwang uit te oefenen om ook daadwerkelijk de adviesprijzen aan te passen. Samsung betoogt verder dat haar handelen geen belemmering vormde voor de concurrentie met andere merken. De rechtbank bevestigt het standpunt van de ACM dat dit handelen als een overeenkomst en/of een onderling afgestemde feitelijke gedraging kan worden gekwalificeerd en concludeert dat de contactmomenten die Samsung initieerde ‘indringende verzoeken’ waren om in specifieke gevallen de prijzen te verhogen. De detailhandelaren reageerden positief, waardoor volgens de rechtbank geen noodzaak tot contractuele dwang of financiële stimulansen bestond om tot afgestemd gedrag te komen in de zin van het kartelverbod. De rechtbank verwerpt ook het argument inzake de intrabrand concurrentie. De ACM hoefde geen onderzoek te doen naar de concurrentie tussen verschillende merken om vast te stellen dat Samsung in feite een verticaal kartel runde. De rechtbank laat daarom de boete van de ACM in stand. Rechtbank Rotterdam 13 november 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:10490) ACM mag marktverkenning ICT in de zorg publiceren In 2020 heeft KPMG in opdracht van de ACM een marktverkenning uitgevoerd naar in­for­ma­tie­sys­te­men van ziekenhuizen en digitale ge­ge­vens­uit­wis­se­ling in de zorg. KPMG heeft de marktstructuur en gedragingen van ICT-le­ve­ran­ciers, ziekenhuizen en andere betrokkenen in kaart gebracht. Daarbij is onderzocht in hoeverre systemen als open worden ervaren en goed met elkaar kunnen communiceren. Enkele bevindingen wijzen op een sterk geconcentreerde markt met enkele aanbieders van zie­ken­huis­in­for­ma­tie­sys­te­men. Toetreding is moeilijk vanwege nationale wet- en regelgeving en de terughoudendheid van ziekenhuizen om over te schakelen naar andere systemen vanwege hoge kosten. Ook worden door betrokken partijen verschillende belemmeringen ervaren omtrent ge­ge­vens­uit­wis­se­ling tussen in­for­ma­tie­sys­te­men van verschillende aanbieders, waaronder op het gebied van in­ter­o­pe­ra­bi­li­teit. Toen de ACM deze marktverkenning wilde publiceren, ging Chipsoft in 2021 daar tegen in beroep bij de rechter. Op 21 november 2023 heeft het CBb in hoger beroep bevestigd dat de ACM de marktverkenning met enkele aanpassingen mag publiceren. De rechter benadrukt dat deze zaak verschilt van situaties waarin een bestuursorgaan bevoegd is om een sanctiebesluit of boeterapport openbaar te maken. In dit geval draait het niet om de beoordeling van de betrokkene als overtreder, aangezien er geen overtreding wordt vastgesteld. Bovendien is het KPMG-rapport niet door de ACM zelf opgesteld, maar in haar opdracht vervaardigd. Daarnaast heeft het betrekking op een marktverkenning en is het geen uitputtend onderzoek. Wat betreft de gestelde feitelijke onjuistheden, merkt de rechter op dat veel bezwaren van Chipsoft gericht zijn op het onderzoek zelf. Het CBb oordeelt dat er geen bewijs is dat de marktverkenning een onvolledig of vertekend beeld geeft van de markt of de positie van Chipsoft daarop. Desondanks concludeert het CBb dat het noodzakelijk is dat het rapport op vier punten wordt aangevuld met de reactie van Chipsoft. Om die reden vernietigt het CBb de aangevallen uitspraak en het open­baar­ma­kings­be­sluit en neemt het zelf een open­baar­ma­kings­be­sluit, inclusief de toevoeging van de reactie van Chipsoft op de genoemde pun­ten­Markt­ver­ken­ning ICT in de zorg | ACM. nlRechtbank Rotterdam 14 december 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:13756)Col­le­ge van Beroep voor het bedrijfsleven 21 november 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:637) ACM legt boete van ruim 2,5 miljoen euro op in worteltjeskartel De ACM legt op 7 december 2023 voor een kartelinbreuk boetes van meer dan EUR 2,5 miljoen op aan vier ondernemingen, te weten Laarakker, VanRijsingen, Veco en Verduyn. De betrokken ondernemingen verkopen waspeen en Parijse wortelen aan conserven- en diep­vries­fa­bri­kan­ten in Nederland, België en Duitsland. Waspeen wordt voornamelijk gebruikt in combinatie met erwten in de con­ser­ven­in­du­strie, terwijl Parijse wortelen een ronde vorm hebben en vooral op de Duitse markt geliefd zijn. In een schriftelijke overeenkomst uit 2008 hebben Laarakker, VanRijsingen, Veco en Verduyn afgesproken dat Veco gedurende tien jaar niet betrokken zou zijn bij de teelt, verwerking en verkoop van waspeen. Veco werd hiervoor financieel gecompenseerd. Daar stond ook tegenover dat Laarakker, VanRijsingen en Verduyn zich niet zouden bezighouden met Parijse wortelen. Voorts maakten Laarakker en Veco onderling afspraken over de levering van Parijse wortelen aan Duitse afnemers, hierbij waren VanRijsingen en Verduyn echter niet betrokken. Zowel Laarakker als Verduyn hebben kort nadat de ACM bedrijfsbezoeken had afgelegd een clementieverzoek ingediend bij de ACM en aanvullende informatie verstrekt. Dit heeft geleid tot een substantiële verlaging van de boetes. De andere partijen hebben later in de procedure de overtreding erkend en meegewerkt aan een vereenvoudigde afdoening van de zaak. Op die grond hebben zij ook een boeteverlaging ontvangen. Openbaar besluit Waspeen en Parijse wortelen | ACM. nl
28/12/2023
Antitrust, Competition & Trade update: september en oktober 2023
In het kort Op 31 oktober 2023 oordeelt de rechtbank Rotterdam dat de ACM de hand­ha­vings­ver­zoe­ken betreffende het erfpachtbeleid van de gemeente Amsterdam mocht afwijzen op grond van haar pri­o­ri­te­rings­be­leid. De ACM achtte nader onderzoek niet doeltreffend en doelmatig. De rechtbank houdt dit besluit in stand. Daarbij weegt zij mee dat de door de klagers aangevoerde bezwaren al aandacht hebben van de gemeente Amsterdam en de Tweede Kamer. Op 30 oktober 2023 kondigt de ACM aan dat zij een algemeen onderzoek gaat doen naar de werking van de Nederlandse spaarmarkt omdat de spaarrentes in Nederland achterblijven bij de rente van de Europese Centrale Bank. De ACM zal onderzoeken waarom de Nederlandse grootbanken geen hogere spaarrentes aanbieden en waarom consumenten slechts in beperkte mate overstappen naar (buitenlandse) aanbieders met een hogere spaarrente. De ACM verwacht voor de zomer van 2024 over de resultaten te publiceren. Op 23 oktober 2023 maakt de ACM bekend dat zij een onderzoek is gestart naar mogelijk verboden afspraken tussen een internationaal opererende fabrikant van IT-apparatuur en zijn distributeurs. De ACM onderzoekt ook of de fabrikant misbruik maakt van een economische machtspositie en of winkeliers beperkt worden bij de verkoop van hergebruikte apparatuur. In het kader van het onderzoek zijn bij verschillende bedrijven invallen gedaan in Nederland en België. Op 4 oktober 2023 publiceert de ACM direct de eerste toepassing van haar nieuwe Beleidsregel Toezicht ACM op duur­zaam­heids­af­spra­ken (zie hieronder). De ACM is positief over een initiatief van een aantal inzamelaars voor bedrijfsafval om (grotere) klanten te verplichten minimaal twee gescheiden afvalstromen aan te leveren. Voor veel bedrijven geldt een wettelijke verplichting om afval te scheiden, maar deze verplichting wordt niet altijd nageleefd. De ACM verwacht dat dit initiatief zal bijdragen aan de naleving van die plicht en zal niet optreden. De ACM besluit ook in bezwaar dat Apple misbruik maakte van haar economische machtspositie, dat zij deze partij een last onder dwangsom mocht opleggen en dat zij deze dwangsom mocht innen omdat Apple niet aan de voorwaarden voldeed, zo volgt uit de op 2 oktober 2023 gepubliceerde samenvatting van haar besluit van 13 juli 2023. De ACM had de last onder dwangsom opgelegd omdat zij van oordeel was dat Apple misbruik maakte van haar machtspositie door onredelijke voorwaarden op te leggen aan aanbieders van datingapps voor toegang tot de Nederlandse Store Front van de Apple App Store. Apple heeft inmiddels beroep ingesteld. De ACM publiceert op 29 september 2023 haar definitieve Leidraad Bran­che­or­ga­ni­sa­ties en zorg­con­trac­te­ring. Na een in juli gepubliceerd concept (zie de update van juli en augustus 2023) en een daarop volgende consultatie biedt de ACM haar definitieve kaders en geeft zij voorbeelden die bran­che­or­ga­ni­sa­ties moeten helpen bij het bepalen welke ruimte zij hebben om hun leden (zorgaanbieders of zorg­ver­ze­ke­raars) te ondersteunen bij contractering. De ACM benadrukt dat individueel contracteren het uitgangspunt blijft. (Verkapte) adviezen of aanbevelingen over commerciële aspecten van contractering zijn daarom niet toegestaan. Naar aanleiding van twee door de ACM verloren rechtszaken over eerder verboden concentraties in de zorg (zie hierover de updates van  maart en april en mei en juni 2023) heeft de ACM een externe evaluatie laten uitvoeren over haar werkwijze bij con­cen­tra­tie­za­ken. De ACM publiceert op 21 september 2023 het rapport en haar reactie daarop, waarin zij aangeeft dat zij de motivering van haar ver­gun­nings­be­slui­ten zal aanscherpen en met ver­te­gen­woor­di­gers uit de advocatuur zal kijken hoe aanbevelingen uit het rapport die zien op het proces van con­cen­tra­tie­toe­zicht kunnen worden ge­ïm­ple­men­teerd. ACM publiceert Beleidsregel duur­zaam­heids­af­spra­ken in lijn met nieuwe Europese regelgeving Op 4 oktober 2023 publiceert de ACM haar Beleidsregel Toezicht ACM op duur­zaam­heids­af­spra­ken. In de beleidsregel licht de ACM toe op welke wijze samenwerkingen op het gebied van duurzaamheid tussen (potentiële) concurrenten worden getoetst aan artikel 6 lid 3 Mededingingswet en/of artikel 101 lid 3 VWEU. De ACM hanteert daarbij twee beleidskeuzes. Ten eerste onderzoekt zij in beginsel geen afspraken die slechts tot doel hebben te voldoen aan normen uit internationale verdragen dan wel nationale of Europese wetgeving die niet worden uitgevoerd of gehandhaafd. Ten tweede zal de ACM bij afspraken die noodzakelijk zijn om milieuschade te voorkomen geen nader onderzoek doen wanneer blijkt dat de afspraak noodzakelijk is om de beoogde milieuvoordelen te behalen en de voordelen opwegen tegen mogelijke con­cur­ren­tie­na­de­len. Dan geldt wel dat consumenten op de betreffende markt moeten profiteren en er resterende concurrentie op die markt moet zijn. De ACM geeft voorts aan dat het in beginsel aan de ondernemingen zelf is om aan de hand van deze beleidsregel te beoordelen of een voorgenomen afspraak in lijn is met de geldende wet- regelgeving. Wanneer hier echter twijfel over bestaat kan de ACM worden verzocht om een informele beoordeling. Deze beleidsregel vervangt de twee concepten van de Leidraad Duur­zaam­heids­af­spra­ken die de ACM sinds juli 2020 hanteerde en op basis waarvan zij al meerdere duur­zaam­heids­af­spra­ken in Nederland beoordeelde (zie onder meer onze update van september en oktober 2022). De ACM brengt haar toezicht op duur­zaam­heids­af­spra­ken met deze beleidsregel in lijn met de nieuwe EU-richtsnoeren waarin (voor het eerst) wordt stilgestaan bij duur­zaam­heids­af­spra­ken. Beleidsregel Toezicht ACM op duur­zaam­heids­af­spra­ken 4 oktober 2023 (Beleidsregel) Rechtbank oordeelt dat de ACM in 2019 de overname van Sandd door PostNL terecht heeft geweigerd Op 29 september 2023 oordeelt de rechtbank Rotterdam dat het besluit van de ACM van 5 september 2019 , waarin zij goedkeuring weigerde voor de overname van Sandd door PostNL, in stand blijft. In haar besluit oordeelde de ACM dat door de concentratie een monopolist zou ontstaan op het gebied van postbezorging. Consumenten, overheden en bedrijven zouden hierdoor te maken krijgen met prijsstijgingen zonder dat daar significante ef­fi­ci­ën­tie­voor­de­len tegenover zouden staan. Dat de rechtbank nu pas een oordeel velt over deze zaak heeft ermee te maken dat PostNL naast het instellen van beroep (dat leidde tot het oordeel in deze zaak) gelijktijdig de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft verzocht om ondanks de weigering van de ACM toch een vergunning te verlenen voor de overname. De staatssecretaris verleende die vergunning waarna PostNL en Sandd de overname implementeerden. De hoogste rechter oordeelde echter dat deze vergunning niet verleend had mogen worden (zie hierover onder meer onze update van mei en juni 2022). Daardoor herleefde het oorspronkelijke wei­ge­rings­be­sluit van de ACM en nam de rechtbank de zaak die in 2019 aanhangig werd gemaakt nu alsnog in behandeling. De rechtbank wijst de verweren van PostNL af en verklaart het beroep ongegrond. Zij oordeelt dat de ACM de postmarkten terecht als nationaal heeft afgebakend en heeft aangetoond dat PostNL als monopolist in staat zou zij om winstgevend de prijzen op de postmarkt te verhogen. Ook heeft de ACM het ef­fi­cien­cy­ver­weer van PostNL voldoende onderzocht en terecht verworpen. Ten slotte heeft de ACM volgens de rechtbank aannemelijk gemaakt dat de aan PostNL wettelijk toevertrouwde taak tot uitvoering van Universele Postdiensten, het basispakket aan postdiensten dat voor iedereen toegankelijk en betaalbaar moet zijn, niet zou worden belemmerd door het weigeren van de overname. Het is nog niet duidelijk of tegen deze uitspraak van de rechtbank beroep is aangetekend. Als dat niet het geval is zou de ACM zich (nogmaals) kunnen buigen over de vraag of de concentratie ongedaan kan worden gemaakt of dat de concurrentie op de postmarkt op een andere manier kan worden hersteld. Reeds in juli 2022 gaf de be­stuurs­voor­zit­ter van de ACM aan deze mogelijkheden te gaan onderzoeken. Rechtbank Rotterdam 29 september 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:9009)Twee­de fase besluit ACM 5 september 2019 (Besluit) ACM besluit dat KPN Youfone nog niet mag overnemen De ACM kondigt op 14 september 2023 aan dat nader onderzoek nodig is voor de overname van Youfone door KPN. In haar eerste fase besluit licht de ACM haar vermoeden toe dat de overname een negatieve invloed zal hebben op de concurrentie in de Nederlandse mobiele te­le­com­mu­ni­ca­tie­markt. De ACM ziet Youfone als een belangrijke onderneming in het no frills segment van deze markt, dat wordt gekenmerkt door goedkope en eenvoudige bel- en da­ta-abon­ne­men­ten. Binnen dat segment neemt Youfone bovendien een bijzondere positie in omdat het door het aanbieden van relatief grote databundels kan concurreren met de drie grote telecombedrijven met een eigen netwerk (KPN, Odido, VodafoneZiggo). De ACM verwacht daardoor dat Youfone een sterkere con­cur­ren­tie­po­si­tie heeft dan haar beperkte marktaandeel doet vermoeden. Youfone maakt gebruik van het mobiele netwerk van KPN. De ACM vermoedt dat Youfone nu haar omvang en groeipotentieel kan inzetten in de onderhandelingen met KPN door te dreigen over te stappen naar Odido of VodafoneZiggo. Na de overname zou deze on­der­han­de­lings­po­si­tie er niet meer zijn en zou KPN bovendien minder prikkels hebben om een andere aanbieder zonder eigen netwerk gunstige voorwaarden aan te bieden. Daardoor zou het lastig zijn voor een andere aanbieder om de concurrerende positie van Youfone over te nemen. Op 18 oktober 2023 hebben KPN en Youfone een vergunning aangevraagd voor de voorgenomen concentratie. Daarmee is de tweede fase van het ACM-onderzoek gestart. In de tweede fase zal de ACM nader onderzoek doen om te bepalen of de overname doorgang kan vinden en of hieraan aanvullende voorwaarden worden verbonden. Ver­gun­ning­aan­vraag ACM 18 oktober 2023 (Ver­gun­ning­aan­vraag)Eer­ste fase besluit ACM 14 september 2023 (gepubliceerd op 9 oktober 2023) (Eerste fase be­sluit)Nieuws­be­richt ACM 14 september 2023 (Nieuwsbericht) ACM beboet LG voor het maken van verticale prijsafspraken bij de verkoop van televisies Op 12 september 2023 maakt de ACM bekend dat zij een boete van bijna 8 miljoen euro oplegt aan LG voor het maken van verboden afspraken over de online verkoop van televisies met zeven grote (web)winkels. LG monitorde de prijzen waarvoor de detailhandelaren online LG-televisies verkochten en nam per e-mail of Whatsapp contact op wanneer de verkoopprijs van de winkels niet overeenkwam met de door LG gecommuniceerde ‘ad­vies­prijs’. Daarbij werd door LG bijvoorbeeld gestuurd “Graag onderstaand advies per direct doorvoeren”. De detailhandelaren pasten de verkoopprijs daarop aan en communiceerden dit op hun beurt aan LG. Ook was het gebruikelijk dat zij bij LG klaagden over de te lage verkoopprijs van een concurrent, waarna LG met de betreffende detailhandelaar contact opnam en deze verzocht de prijs aan te passen. Volgens de ACM was hierdoor sprake van een stelselmatige praktijk van afstemming tussen LG en de de­tail­han­de­la­ren. Dat er geen sprake was van druk of sancties vanuit LG maakt die conclusie niet anders, omdat de detailhandelaren welwillend meewerkten en druk of sancties daarom niet nodig waren. De ACM weegt dit echter wel mee bij de bepaling van de hoogte van de boete. Bij wijze van afstemming kan volgens de ACM niet langer gesproken worden van een niet-bindend prijsadvies maar is er in plaats daarvan sprake van verticale prijsbinding, een hardcore inbreuk op het me­de­din­gings­recht. De ACM merkt bovendien op dat LG wist of had moeten weten dat deze gedragingen als verticale prijsafspraken kwalificeerden, zo volgde kennelijk ook uit interne com­pli­an­ce-do­cu­men­ten van LG. Na de boete van 40 miljoen euro die de ACM in september 2021 aan Samsung oplegde voor (zeer) vergelijkbare gedragingen bevestigt de ACM hiermee dat ook verticale (prijs)afspraken haar aandacht hebben. Boetebesluit ACM 12 september 2023 (Boe­te­be­sluit)Nieuws­be­richt ACM 12 september 2023 (Nieuwsbericht)