Contractvorm
Contactpersonen
De kenmerken van de opdracht en de deskundigheid binnen de organisatie van de aanbestedende dienst bepalen in belangrijke mate welke contractvorm het meest passend is. Opnieuw geldt dat de mogelijkheden talrijk zijn, uiteenlopend van standaard contractvormen tot hybride contractvormen en maatwerk. Wij beperken ons hierna tot het duiden van de traditionele contractvorm, de geïntegreerde contactvorm, het bouwteammodel, het twee-fasencontract en het kost+ model.
Traditionele verhouding
De traditionele contractvorm in de bouwsector kenmerkt zich door een opdrachtgever die in eigen beheer en onder eigen verantwoordelijkheid een ontwerp voor het tot stand te brengen werk laat ontwikkelen. Dat uitgewerkte ontwerp wordt door de opdrachtgever aan de opdrachtnemer verstrekt, die op basis daarvan de verplichting op zich neemt om het werk te realiseren en aan de opdrachtgever op te leveren. In deze taakverdeling ligt aldus een verdeling van de verantwoordelijkheden besloten: de opdrachtgever is verantwoordelijkheid voor het ontwerp en de opdrachtnemer is verantwoordelijk voor de uitvoering. Hiertoe worden veelal de Uniforme Administratieve Voorwaarden toegepast (UAV 2012).
Specifiek voor de V&R-opgave heeft de traditionele contractvorm als voordeel dat de opdrachtgever het ontwerp volledig in een bestek kan voorschrijven en hierdoor uniformiteit en standaardisatie voor het gehele areaal kan bereiken. Dit type contract lijkt vooral geschikt voor niet complexe en zeer eenvormige series.
De geïntegreerde contractvorm
Een variant op de traditionele contractvorm is het geïntegreerde model. Hierbij wordt zowel het (uit) ontwerpen als het uitvoeren van het werk aan de opdrachtnemer toevertrouwd. Daarbij worden veelal de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor Geïntegreerde Contractvormen toegepast (UAV-GC 2005, onlangs geactualiseerd met de UAV-GC 2025).
Dit type contract lijkt zich beter te lenen voor meer complexe series, waarbij vanwege de complexiteit de deskundige inbreng van de opdrachtnemer op het ontwerp gewenst is. Doordat de opdrachtgever zich in beginsel beperkt tot het formuleren van (zoveel mogelijk) functionele eisen en randvoorwaarden, krijgt de opdrachtnemer binnen die gestelde kaders de ruimte voor ideeënontwikkeling, innovatie en het zo mogelijk vergroten van de uitvoerings- en kostenefficiëntie.
Het bouwteam-model en twee fasen-contract
Een strikte scheiding tussen ontwerp en uitvoering leidt ertoe dat in de ontwerpfase niet optimaal gebruik kan worden gemaakt van de kennis en kunde die een aannemer heeft ten aanzien van de uitvoeringfase. De opdrachtgever kan deze kennisdelta beperken door een bouwteam te vormen met de aannemer en/of andere adviseurs. De samenwerking in een bouwteam is van tijdelijke aard en vindt plaats op de voet van gelijkheid tussen de deelnemers. De bouwteampartners werken in gecoördineerd verband met elkaar samen en adviseren elkaar over en weer. Dat betekent dat een deelnemer ook een bijdrage levert aan de taakvervulling van de andere deelnemer(s). De bouwteamaannemer krijgt vervolgens het exclusieve recht als eerste een prijsaanbieding te mogen doen voor realisatie van het werk. In zoverre is sprake van een scheiding tussen de ontwerpopdracht en de opdracht tot realisatie.
Ook het twee fasen-contract kent een fasering van de ontwerpwerkzaamheden en de uitvoeringswerkzaamheden. Hoewel binnen het twee fasen-contract in beginsel wel sprake is van één geïntegreerde opdracht, wordt het model gekenmerkt door de uitgestelde (gefaseerde) prijsvorming. Dit betekent dat de definitieve prijs voor het werk niet direct bij het aangaan van het contract wordt vastgesteld, maar pas na afloop van de eerste fase (de voorbereidings- of ontwerpfase). In de eerste fase werken opdrachtgever en opdrachtnemer samen aan het (verder) uitwerken van het ontwerp, het in kaart brengen van de risico’s en het opstellen van een gedetailleerde en transparante kostenopstelling. Pas als het ontwerp goed in beeld zijn gebracht, wordt de definitieve prijs (nader) bepaald, binnen de vooraf daartoe bepaalde kaders.
Zowel het bouwteam-model als het twee fasencontract, die gelijkenissen vertonen, zijn goed inpasbaar in de seriematige aanpak, vooral voor zover de opgave ziet op een serie van meer complexe kunstwerken. Vanwege de bij aanvang van een dergelijke serie vaak nog beperkte informatie over de staat van de kunstwerken en over de benodigde te treffen vernieuwingsmaatregelen, door de lange looptijd van het contract en vanwege het nog te behalen tussentijdse leereffect, laten de risico's zich op voorhand niet goed overzien en laat ook de prijs zich niet goed bepalen. Een fasering met uitgestelde prijsvorming kan dan uitkomst bieden.
Het kost+ model
Het kost+ modelcontract, veelal gebaseerd op het NEC4 contractmodel, is een contractvorm waarbij de opdrachtnemer wordt betaald op basis van de werkelijke kosten die hij maakt, vermeerderd met een afgesproken opslag voor algemene kosten en winst. In plaats van een vaste aanneemsom spreken opdrachtgever en opdrachtnemer samen een richtprijs af. Overeengekomen kan worden dat indien de werkelijke kosten onder de richtprijs blijven, partijen het voordeel delen. Komen de kosten erboven, dan draagt de opdrachtnemer tot op zekere hoogte bij aan het nadeel (het 'participatiemechanisme').
Het kost+ model leent zich vooral voor unieke, complexe en zeer risicovolle projecten, waarvoor op voorhand geen aanneemsom kan worden bepaald en waarbij wordt verwacht of reeds is gebleken dat marktpartijen anders niet op de aanbesteding zullen inschrijven. Het kost+ model lijkt ons, mede vanwege de prijsonzekerheid en de uniciteit van het werk, minder voor de hand liggend bij een seriematige aanpak.
Resumé
Afhankelijk van de wensen en behoeften van de aanbestedende dienst/opdrachtgever en de aard van de opdracht, zal hij de voor- en nadelen van een contractvorm (of een combinatie daarvan) moeten wegen. De keuze zal onder meer afhangen van de complexiteit en (gebrek aan) uniformiteit van de serie, de deskundigheid die intern bij de opdrachtgever beschikbaar is, de gewenste mate van (kennis)inbreng door de opdrachtnemer en de bereidheid tot enige vorm van prijsonzekerheid bij uitgestelde prijsvorming.