Wet kraken en leegstand: strafrechtelijke ontruiming van krakers weer een feit?

27/09/2010

Op 1 oktober aanstaande treedt de Wet kraken en leegstand in werking. Door deze wet wordt kraken strafbaar gesteld, ongeacht de duur van de leegstand van een pand. Voorts biedt de wet gemeenten extra wettelijke mogelijkheden om leegstand van kantoorpanden te bestrijden. De wet blijft de gemoederen bezighouden, vooral nu het aankomt op de handhaving ervan. Wat verandert er door deze wet?

Absoluut kraakverbod

De belangrijkste wijziging van de wet is dat kraken strafbaar wordt, ongeacht de duur van de leegstand van het pand. Voorheen was kraken slechts strafbaar gedurende het eerste jaar dat het pand leeg stond. Daarnaast wordt kraken in de nieuwe wet gekwalificeerd als misdrijf, terwijl het onder het oude recht een overtreding was. De straf voor kraken wordt onder de nieuwe wet verhoogd tot maximaal één jaar gevangenisstraf of een boete van maximaal € 7.600,--. Onder het huidige recht levert kraken een maximale straf op van 4 maanden.

Door de nieuwe wet wordt het weer mogelijk om gekraakte panden strafrechtelijk te laten ontruimen. Sinds de uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2009 was het namelijk niet (meer) mogelijk om gekraakte panden via het strafrecht te laten ontruimen. Volgens de Hoge Raad ontbeerde de wet namelijk een ´voldoende kenbare en specifieke` grondslag om inbreuk te maken op het ook aan krakers toekomende huisrecht, waardoor ontruiming door de politie niet meer mogelijk was. De Wet kraken en leegstand repareert deze leemte in de huidige wetgeving en bepaalt expliciet dat iedere opsporingsambtenaar bevoegd is een gekraakt pand te betreden en de daar aanwezige personen die daar niet rechtmatig verblijven, te verwijderen. Een geruststellende gedachte voor eigenaren, zeker nu deze in theorie niet meer aangewezen zijn op het starten van een kostbare civielrechtelijke procedure tot ontruiming om de inbreuk op hun eigendomsrecht te stoppen.

Leegstand

Kraken en leegstand van panden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Leegstaande panden vergroten de kans op het kraken daarvan. Het strenger aanpakken van kraken kan leiden tot meer leegstand. Om te voorkomen dat het nieuwe (absolute) kraakverbod tot meer leegstand leidt, heeft de wetgever ervoor gekozen de gemeente meer wettelijke mogelijkheden te geven voor het terugdringen van de leegstand van gebouwen, niet zijnde woonruimte. Daartoe wordt de Leegstandwet gewijzigd in die zin dat gemeenten de bevoegdheid krijgen een leegstandsverordening op te stellen. De gemeente kan in deze leegstandsverordening een meldingsplicht voor eigenaren opnemen voor panden die ten minste langer dan 6 maanden leegstaan. Niet melden kan leiden tot een bestuurlijke boete van maximaal € 7.500,--. Binnen drie maanden na de melding dient met de gemeente overleg gevoerd te worden over het (toekomstige) gebruik van het pand. De gemeente kan in een leegstandsbeschikking vaststellen of het pand geschikt is voor gebruik. Als na één jaar het pand, voor zover geschikt voor gebruik, nog steeds leeg staat kan de gemeente iemand als gebruiker voordragen. Dat kan een natuurlijk persoon, maar ook een rechtspersoon zijn. De eigenaar is verplicht de voorgedragen gebruiker een overeenkomst tot ingebruikname van het gebouw aan te bieden, tenzij hij zelf een overeenkomst heeft gesloten met een andere gebruiker. Niet in gebruik geven van het pand kan eveneens leiden tot een bestuurlijke boete van maximaal € 7.500,--. Als het pand niet geschikt is voor gebruik kan de gemeente de eigenaar verplichten noodzakelijke voorzieningen aan te brengen, zodat het pand alsnog gebruikt kan worden. De gemeente dient een register van leegstaande panden bij te houden, ongeacht of de leegstand gemeld is of niet.

Handhaving

De wet geldt voor alle panden die gekraakt zijn, dus ook voor panden die vóór inwerkingtreding van de wet zijn gekraakt.
Nog voordat de wet in werking is getreden heeft een aantal gemeenten, met name de grote steden, en het Openbaar Ministerie de indruk gewekt de wet niet, althans niet met voorrang te zullen uitvoeren. Vooral de extra politie-inspanning en de gemeentelijk kosten voor de bestrijding van de leegstand weerhoudt gemeenten er wellicht van heel actief gekraakte panden strafrechtelijk te (gaan) ontruimen. Inmiddels zijn er over dit (handhavings)beleid van sommige steden kamervragen gesteld. De minister van justitie heeft aangegeven het algemeen kraakverbod ´op reguliere wijze te handhaven`. De nabije toekomst zal uitwijzen waar de Wet kraken en leegstand toe leidt.

Auteurs

mr. J. Tamminga